Schijnheilig

De Nederlander vindt Heiligheid maar een aparte bedoeling. Zeker de Moderne Nederlander, die heiligheid associeert met grijs-gerimpelde priesters die in leegstromende kerken potten wierook met een ijzeren ketting heen en weer slingeren terwijl vreemde Latijnse teksten door de stenen hal heen galmen: ‘Deus nomine patri in excelsius aaaamen.’ Verklaringen van heiligheid vinden wij het domein van deze lieden en deze lieden zijn net als de religie die zij vertegenwoordigen aan het uitsterven. ‘Klopt’ zegt de Nederlander, ‘maar de huidige paus doet toch wel zijn best om aan te sluiten bij de jeugd?’ Inderdaad, de paus grijpt elke gelegenheid aan om zoveel mogelijk schoenen van zoveel mogelijk vluchtelingen te kussen. Maar de kerken blijven leegstromen, dus zoveel haalt dat blijkbaar niet uit.

‘Ach, we zijn toch klaar met dat bijgeloof’ verklaart de nuchtere Nederlander. Jezus genas zieken? Ja dat doen paranormaal begaafde mensen vandaag de dag nog steeds, Jomanda genas je van je longkanker voor een schamele 500 euro. Een ‘heilige’ is niks anders dan een normaal persoon die door een oubollig instituut omhoog werd gehemeld. Ze maakten van een natuurlijk iemand een bovennatuurlijk iemand, en wij als nuchtere Nederlander zijn wel klaar met die middeleeuwse nonsens. Doe maar natuurlijk, dan doe je al bovennatuurlijk genoeg.

Dat is allemaal goed en aardig, maar waarom hebben we dan nog steeds die drift om goed te doen? Goed is tot kwaad als yin is tot yang en een heilige was traditioneel gezien simpelweg iemand die heel veel goeds deed. Vandaar ook Sinterklaas de Goedheiligman en niet Sinterklaas de Goedman.

Mens heeft een ingeboren verlangen om mythes te creëren en door te vertellen. Heldenverhalen willen we horen! Ridders die legers leiden en strijden tegen draken om de eer van een schone dame! Onzekere jongens die tegen alle kansen in triomferen over een eeuwenoud kwaad! Om deze verhalen te begrijpen moeten we begrijpen wat het goede is en wat het kwade. Traditioneel gezien werd ons dit verteld door die grijs-gerimpelde priesters, die voor al hun fouten een beroep konden doen op een eeuwenoud boek dat propvol fascinerende mythes stond. Vandaag zijn de kerkelijke priesters zo goed als monddood. Maar nog steeds willen we goed en kwaad onderscheiden. Hmmmm.

Wie bepaalt vandaag de dag wat goed is en wat slecht? Wie vertelt ons mythes in dit begin van de 21e eeuw? Wie bepaalt wat heilig is? Jijzelf? Jij helemaal in je eentje? Ik smeek te verschillen.

Wat als religie nooit weg is geweest en dat wij nog even spiritueel zijn als altijd? Dat onze maatschappij zoals altijd nog steeds vol priesters zit, alleen noemen zij zichzelf bij een andere naam en opereren zij niet in kerken maar op tv, in de media en in de tijdschriften? Wat als deze priesters elke dag prediken over wat heilig is en wat niet, en dat hun definitie van heiligheid op waanzin gebaseerd is, een waanzin die Nederland en het Westen naar de rand van de afgrond brengt? Dat deze waanzin elke dag verder uit de hand loopt? Dat deze waanzin zo ver is doorgerot dat men met eigen ogen wel ziet dat er iets vreemds aan de hand is, maar dat men het met de mond niet durft te zeggen omdat dat gelijk staat aan ketterij?

Dat is precies wat er aan de hand is. Welkom op Oude Waarheid.

Dit bericht is geplaatst in Theologie met de tags . Bookmark de permalink.